
Het vuur in Limburg wacht niet tot negen uur
Ik viel gisteren bijna van mijn stoel van verbazing. Niet omdat er in Limburg een bos in de fik stond, want dat is op zichzelf al erg genoeg, maar omdat ik hoorde hoe we vervolgens proberen zo’n enorme natuurbrand te bestrijden.
De brandweer werkt dag en nacht door. Daar niets dan respect voor. Terwijl wij thuis naar de beelden kijken, staan die mannen en vrouwen gewoon midden in de nacht hun werk te doen. Maar de blushelikopters mogen ’s nachts niet vliegen. Veiligheid, zo werd uitgelegd.
Dat vond ik eigenlijk nog wel te begrijpen. Je denkt dan toch even: misschien is het vanwege een zeldzame bosuil, een korenwolf of een vleermuis. Maar nee, het gaat om de veiligheid van de mensen in de helikopter. Ook daar kan ik inkomen en het klinkt logisch.
Totdat ik om zeven uur ’s morgens naar de woordvoerder van de brandweer luisterde. Hij vertelde dat hij en zijn collega’s de hele nacht hadden doorgewerkt en dat de mannen van Defensie met de helikopters om negen uur weer zouden komen helpen.
Om negen uur…
Ik keek nog eens naar buiten. Het was net zes uur geweest toen het licht werd en inmiddels stond de zon al een tijdje aan de hemel. In Limburg stond op dat moment een gebied zo groot als weet ik veel hoeveel voetbalvelden zwaar in de hens en wij waren kennelijk aan het wachten tot negen uur.
Misschien komt het doordat ik ooit in de vleewaren ben begonnen. Onze werkdagen begonnen om half zes en met een beetje geluk waren we om vijf uur klaar. Rond Kerst was het helemaal feest en begonnen we vaak om vier uur ’s morgens. Niet omdat er brand was, maar omdat er veel werk was. Dan ging je gewoon wat eerder beginnen. Daar was geen protocol voor nodig. De baas vroeg het en zeg dan maar eens nee.
En dus zat ik gisteren met een steeds groter wordend vraagteken naar de televisie te kijken. De brandweer werkt de hele nacht door, het vuur trekt zich nergens iets van aan en de extra hulp komt om negen uur. Je kunt je er natuurlijk van alles bij voorstellen. Misschien zijn er honderd goede redenen waarom het niet anders kan. Misschien is het technisch ingewikkelder dan ik vanaf mijn bank kan overzien. Dat zal allemaal best.
Ik denk dan ook aan de partner van de piloot. Die zou zich toch ook afvragen: moet je niet wat eerder beginnen?
Maar dan blijft toch dat ene ongemakkelijke gevoel hangen: dit kan toch niet waar zijn?
Ik moest er zelfs even om lachen en zag het al helemaal voor me.
“Hoe laat moet je morgen beginnen, schat?”
“Om negen uur.”
“Maar er staat een bos in brand.”
“Ja, dat weet ik. Maar ik moet wel wachten tot het licht is.”
En voor ik het vergeet: volgende week zijn ze een dagje niet beschikbaar. Teamuitje. Die stond natuurlijk al een tijdje gepland.
Misschien is dit allemaal volkomen logisch. Misschien ben ik als eenvoudige ‘slager’ gewoon te veel gewend aan het idee dat als iets in brand staat, je probeert het zo snel mogelijk uit te krijgen.
Maar ik blijf toch met die ene gedachte zitten. De brandweer was er vannacht. Het vuur was er vannacht. Alleen de helikopter moest kennelijk nog even wachten op de ochtend.
Negen uur.
