Rattenstad Den Haag?
De cijfers vertellen een ander verhaal
1.324 meldingen van ratten in één jaar. Den Haag heeft er de handen vol aan. Maar wie de cijfers over meerdere jaren bekijkt, ziet een opvallend beeld: het aantal meldingen blijft hoog, terwijl het aantal plekken waar daadwerkelijk een onderzoek of bestrijdingstraject wordt gestart juist fors is gedaald.
Een rat in de tuin, tussen de afvalcontainers of langs een sloot. Voor veel Hagenaars is het inmiddels geen uitzonderlijk beeld meer. De bruine rat hoort bij de stad en waar mensen wonen, eten weggooien en afval verzamelen, is ook voedsel voor ratten te vinden.
Maar betekent een hoog aantal meldingen ook dat Den Haag steeds meer last heeft van ratten?
De cijfers van de gemeente geven een genuanceerder beeld.
In 2025 kwamen bij de gemeente 1.324 meldingen van ratten binnen. Dat zijn er vrijwel evenveel als een jaar eerder. In 2024 waren het er 1.341.
Over een langere periode schommelt het aantal meldingen behoorlijk. In 2021 waren er 1.184 meldingen, in 2022 liep dat op naar 1.294, waarna het aantal in 2023 daalde naar 1.045. Vervolgens steeg het opnieuw naar 1.341 in 2024 en 1.324 in 2025.
Wie alleen naar die aantallen kijkt, zou kunnen concluderen dat de rattenoverlast onverminderd groot is.
Maar er is een tweede cijfer dat minstens zo interessant is.
Minder plekken die daadwerkelijk worden aangepakt
De gemeente kijkt namelijk niet alleen naar losse meldingen. Wanneer meerdere meldingen betrekking hebben op eenzelfde gebied en aanleiding geven tot nader onderzoek, kan een zogenoemde clustermelding in behandeling worden genomen.
En juist dat aantal is de afgelopen jaren sterk gedaald.
In 2021 werden nog 772 clustermeldingen in behandeling genomen. In 2022 waren dat er 575 en in 2023 483. In 2024 steeg het aantal tijdelijk naar 696.
Maar in 2025 daalde het opnieuw, naar 554.
Dat is 142 minder dan in 2024.
Volgens de gemeente betekent dit dat er ondanks het hoge aantal meldingen geen verdere verspreiding van rattenoverlast door de stad zichtbaar is waarvoor op grote schaal nieuwe onderzoeken of bestrijdingstrajecten nodig zijn.
De overlast lijkt vooral geconcentreerd te blijven op plekken waar al langer problemen bekend zijn.
En daarmee ontstaat een interessant verschil tussen wat bewoners zien en melden en wat er vervolgens daadwerkelijk aan de hand blijkt te zijn.
Escamp is koploper
Wie de cijfers van 2025 per stadsdeel bekijkt, ziet bovendien grote verschillen.
Escamp is met afstand het stadsdeel met de meeste meldingen. Daar kwamen vorig jaar 504 meldingen binnen. Van die meldingen werden 232 clustermeldingen opgepakt.
Daarmee komt bijna vier op de tien Haagse rattenmeldingen uit Escamp.
Op ruime afstand volgt het Centrum, met 207 meldingen en 61 opgepakte clusters.
In Haagse Hout kwamen 152 meldingen binnen, waarvan 80 als cluster werden opgepakt.
Leidschenveen-Ypenburg telde 131 meldingen en 39 opgepakte clusters. Loosduinen kwam uit op 108 meldingen en 58 clusters.
Laak kende 63 meldingen, waarvan 16 clusters werden opgepakt. In Scheveningen waren er 82 meldingen en 30 clusters, terwijl Segbroek 77 meldingen en 38 clusters telde.
Het totaal komt uit op 1.324 meldingen en 554 opgepakte clustermeldingen.
De cijfers laten daarmee niet alleen zien hoeveel rattenmeldingen Den Haag heeft, maar ook dat de problematiek sterk lokaal geconcentreerd is.
Niet alleen de rat bestrijden, maar vooral de oorzaak
De gemeente kiest daarbij nadrukkelijk voor een andere strategie dan simpelweg overal gif neerleggen.
De aanpak bestaat uit drie onderdelen: voorkomen, opruimen en aanpassen en – als het echt nodig is – bestrijden.
Volgens de gemeente speelt menselijk gedrag een belangrijke rol bij het ontstaan en in stand houden van rattenoverlast.
Voedsel op straat, afval naast containers en het voeren van dieren kunnen ervoor zorgen dat ratten voldoende voedsel vinden om zich in een gebied te handhaven.
Daarom is preventie een belangrijk onderdeel van de Haagse aanpak.
In 2025 organiseerde de gemeente ongeveer 25 gebiedsgerichte voorlichtingsactiviteiten. Dat gebeurde juist op plekken waar rattenoverlast speelt en waar relatief veel bewoners kunnen worden bereikt.
Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de Poolse Kinderdag en het Laakfestival in Laak en tijdens het Mariahoeve Festival in Haagse Hout.
De boodschap wordt daarbij ondersteund door de campagne Stop de Rat.
De campagne is meertalig opgezet, zodat verschillende groepen bewoners in de stad kunnen worden bereikt.
Geen voer meer voor ratten
Een belangrijke verandering kwam al in oktober 2024.
Sindsdien geldt in Den Haag een stadsbreed voederverbod. Dat verbod kwam voort uit de motie Geen voer meer voor ratten.
Om bewoners daarop te wijzen zijn ongeveer 67 communicatieborden geplaatst.
Het verbod maakt bovendien onderdeel uit van de campagne Stop de Rat en wordt tijdens voorlichtingsactiviteiten actief onder de aandacht gebracht.
De boodschap van de gemeente is daarmee helder: wie ratten wil bestrijden, moet niet alleen naar de rat kijken.
Je moet ook kijken naar wat de rat aantrekt.
Snoeien, schoonmaken en meer afvalvoorzieningen
De aanpak speelt zich daarom niet alleen af achter de schermen van de gemeentelijke bestrijding.
Op locaties waar rattenoverlast voorkomt, is in 2025 extra schoongemaakt. Ook zijn aanpassingen gedaan in de openbare ruimte.
Beplanting werd bijvoorbeeld gesnoeid om schuilmogelijkheden voor ratten te verminderen. Op andere plekken werden extra afvalvoorzieningen geplaatst.
Het klinkt minder spectaculair dan een rattenvanger met een val, maar juist dit soort maatregelen moet voorkomen dat een rattenprobleem zich verder ontwikkelt.
Pas wanneer preventie en aanpassingen in de openbare ruimte onvoldoende effect hebben, wordt een bestrijdingstraject gestart.
6.733 controles
Den Haag beschikt daarvoor over ongeveer 275 intelligente rattenvallen.
In 2025 werden in totaal 6.733 vallen en lokaasdepots gecontroleerd.
Ook hier zijn grote verschillen tussen de stadsdelen zichtbaar.
In Escamp werden 2.669 controles uitgevoerd. In het Centrum waren dat er 1.214 en in Laak 927.
Haagse Hout kwam uit op 845 controles en Leidschenveen-Ypenburg op 664.
Loosduinen kende 286 controles.
Opvallend zijn de aantallen in Scheveningen en Segbroek: respectievelijk 66 en 62.
Dat betekent niet automatisch dat er in die stadsdelen nauwelijks ratten zijn. Het laat vooral zien dat de inzet van bestrijdingsmiddelen en controles sterk afhankelijk is van de lokale situatie.
En dan is er nog het gif
Een van de interessantste ontwikkelingen in de rattenbestrijding speelt zich misschien wel buiten het zicht van bewoners af.
Het gebruik van rattengif – zogenoemde rodenticiden – is de afgelopen jaren steeds verder aan banden gelegd.
De strengere toepassing van Integrated Pest Management (IPM) betekent dat bestrijding niet langer moet beginnen met chemicaliën, maar met het voorkomen en wegnemen van de oorzaak.
Eerst kijken waar ratten voedsel en beschutting vinden. Daarna maatregelen nemen om die omstandigheden te veranderen. En pas wanneer dat onvoldoende werkt, wordt overgegaan tot bestrijding.
Den Haag zegt daarin inmiddels ver te zijn gegaan.
Volgens de gemeente worden chemicaliën alleen nog in noodsituaties toegepast.
En opvallend: in de afgelopen twee jaar heeft zich volgens de gemeente geen situatie voorgedaan waarin het noodzakelijk was om gif in te zetten.
De intelligente rattenvallen moeten het werk doen wanneer preventie alleen niet voldoende blijkt.
De rat is dus niet verdwenen
Wie de cijfers bekijkt, moet dan ook oppassen met een al te simpele conclusie.
Nee, Den Haag heeft het rattenprobleem niet opgelost.
Met 1.324 meldingen in één jaar is er nog altijd sprake van aanzienlijke overlast.
Maar de cijfers laten ook niet zien dat de rattenproblematiek zich ongeremd door de stad verspreidt.
Integendeel.
Het aantal meldingen bleef in 2025 ongeveer gelijk aan 2024, terwijl het aantal opgepakte clustermeldingen duidelijk daalde.
De gemeente ziet daarin een aanwijzing dat de overlast vooral geconcentreerd blijft op bekende probleemlocaties.
Dat maakt de rattenaanpak uiteindelijk tot een verhaal over meer dan alleen ongedierte.
Het gaat over afval, openbare ruimte, gedrag en de manier waarop een stad met haar omgeving omgaat.
Want zolang er voedsel ligt, afval blijft staan en er plekken zijn waar ratten zich kunnen verschuilen, zal de bruine rat zich waarschijnlijk weinig aantrekken van gemeentelijke grenzen.
De vraag is daarom misschien niet of Den Haag de rat kan uitroeien.
Dat kan waarschijnlijk niet.
De echte vraag is of de stad erin slaagt de omstandigheden zo te veranderen dat de rat steeds minder reden heeft om zich in de Haagse wijken thuis te voelen.
De cijfers over 2025 geven in ieder geval reden voor enige nuance. Den Haag heeft nog steeds veel rattenmeldingen. Maar vooralsnog lijkt het probleem eerder hardnekkig dan groeiend.
